2014-12-04 13.48.09

Mediawijsheidscompetentie G1 staat voor: Apparaten, software en toepassingen gebruiken.

Kinderen moeten leren om allerlei apparatuur te gebruiken. Maar ook het werken met software en andere toepassingen moet worden geleerd. Al lijkt het soms of kinderen dit van nature al heel goed beheersen, er moet toch aandacht aan besteed worden om media goed te gebruiken. Bovendien helpt school om de ongelijkheid tussen kinderen te verminderen die thuis niet met media in aanraking komen.


Ontdek onze werkvormen en andere lesmaterialen bij de competentie Apparaten, software en toepassingen gebruiken.



Ontdek de leerlijnsuggesties bij deze competentie.
Klik op de tabbladen voor de juiste groep.


Doelstelling groep 1/2:

Heeft begrip van de bedieningslogica van apparaten en toepassingen. Onderzoekt actief wat er kan met media.

Voorbeeldtaak: Gebruiken van apparatuur.

Herkent verschillende apparaten en platformen.

1. Routine opdoen (1x per week)

Niet alle kinderen doen thuis de ervaring op hoe ze een computer moeten bedienen. Laat kinderen minstens 1x per week korte tijd achter de computer werken met eenvoudige spelletjes voor kleuters. Besteed spelenderwijs aandacht aan de bediening van de computer met de muis. Let vanaf het begin op een goede zithouding.

2. Tekening maken (1x per maand)

Een goede verkennende werkvorm is het maken van een tekening op de computer. Laat het kind experimenteren met een eenvoudig tekenprogramma. Stimuleer het kind zo nodig om ook variaties uit te proberen in kleuren en pen/penseeldikte.

3. Plaatjes kijken (1x per maand)

Het bekijken van plaatjes is een oefening om voorwerpen te herkennen, ook als ze in het platte vlak zijn weergegeven. Dat kan met plaatjes in een boek of tijdschrift, maar ook online. Verzamel zelf plaatjes, bijvoorbeeld een collectie afbeeldingen rond een thema en bekijk die met het kind.

4. Digitaal prentenboek bekijken (1x per maand)

Prentenboeken bekijken en de ervaring van lezen in een boek is een belangrijk element in het aanvankelijk leesonderwijs. Er zijn veel prentenboeken waarvan ook een digitale versie te vinden is op internet, vaak met toegevoegde interactieve mogelijkheden. Laat het kind de ervaring met beide mediavormen van hetzelfde verhaal opdoen. Het verhaal is dan een feest van herkenning en de aanvullende technieken kunnen goed verkend worden.

Doelstelling groep 3/4:

Is een actief gebruiker van diverse media. Speelt diverse games.

Voorbeeldtaak: Gebruiken van apparatuur.

Kan verschillende apparaten en platformen gebruiken.

1. Routine opdoen (1x per week)

Niet alle kinderen doen thuis de ervaring op hoe ze een computer moeten bedienen. Laat kinderen minstens 1x per week korte tijd achter de computer werken met eenvoudige spelletjes voor de onderbouw. Besteed aandacht aan de bediening van de computer met de muis en het toetsenbord. Let regelmatig op een goede zithouding.

2. Tekening maken (1x per maand)

Een goede verkennende werkvorm is het maken van een tekening op de computer. Laat het kind experimenteren met een eenvoudig tekenprogramma. Stimuleer het kind zo nodig om ook variaties uit te proberen in kleuren en pen/penseeldikte.

3. Agenda bijhouden (project)

Laat kinderen kennis maken met het bijhouden van een digitale agenda. Dat kan prima in combinatie met lessen wereldoriëntatie of geschiedenis waarin het begrip ‘tijd’ centraal staat. Vooral bij begrippen als vandaag, (eer)gisteren, (over)morgen is het samen invullen van een digitale agenda voor de activiteiten in de klas een mooie oefening.

4. Bronnen zoeken (1x per week)

Het zoeken en vinden van informatie is een basisvaardigheid waar kinderen veel moeten oefenen om hier de benodigde routine in op te bouwen. Vaak kan het ‘wat’ worden geïntegreerd in een andere les (zaakvakken, spreekbeurt), maar besteed ook zeer regelmatig aandacht aan het ‘hoe’. Hoe zoek je handig, wat tik je in, hoe blader je door wat je hebt gevonden.

5. Spelletjes spelen (enkele keren per jaar)

Kinderen zullen naar verwachting zelf de weg vinden naar het spelen van spelletjes of games op de computer. In het kader van mediawijsheid is het belangrijk om hier regelmatig aandacht aan te besteden. Wat spelen kinderen graag voor spellen? Wat voor soort spellen zijn er? Waarom vind je een spel leuk of niet leuk? Reflecteer ook op de hoeveelheid tijd die kinderen besteden aan het spelen van computerspellen.

Doelstelling groep 5/6:

Communiceert via diverse applicaties met vrienden en klasgenoten.

Voorbeeldtaak: Gebruiken van apparatuur

Kan geschikte apparaat/platform bij doel kiezen.

1. Tekening maken, kies de vorm (1x per maand)

Bij veel vakken zijn er opdrachten waarbij iets getekend moet worden. Geef kinderen regelmatig zelf de keuze hoe ze dat willen doen (op papier of digitaal). Laat ze experimenteren met het maken van een tekening op de computer. Bespreek na wat de verschillen zijn en wat de voor- en nadelen zijn van beide vormen, passend bij het doel.

2. Afstand meten (project)

Bij het vak wereldorientatie of aardrijkskunde komen kaartvaardigheden aan bod. Het leren meten en lezen van afstanden is daarbij een onderwerp. Met een mediatool is het mogelijk om op een kaart van de eigen omgeving een virtuele route af te leggen en de afstand te meten. Laat de kinderen hiermee zelf experimenteren. Bijvoorbeeld: hoe lang is de route van school naar jouw huis?

3. Leerlijstjes maken (1x per maand)

Studievaardigheden zijn vanaf groep 5 aan de orde. De kinderen moeten regelmatig leerstof leren voor een toets of proefwerk. Bijvoorbeeld woordjes, topografie, namen of begrippen. Daarvoor zijn verschillende strategieën te vinden. Bied de kinderen ook de digitale hulpmiddelen hiervoor aan, bijvoorbeeld om zelf leerlijstjes te maken. Nodig ze uit om die te gebruiken en bespreek hoe dat bevalt.

4. Woordjes en tafels leren (1x per maand)

Vergelijkbaar met leerlijstjes zijn de gereedschappen om woordjes en tafels te leren. Geef de kinderen hiervoor de ruimte om deze gereedschappen goed te leren kennen, zodat ze ze doelgericht kunnen inzetten.

5. Portfolio aanleggen (project)

Het maken van online producten is onderdeel van het leerproces en de toenemende mediawijsheid. Laat kinderen hun groeiende vaardigheden aantoonbaar vastleggen in een eigen portfolio. De eerste keer dat er met een portfolio gewerkt gaat worden verdient dat een speciaal lesmoment met uitleg. Daarna regelmatig aandacht aan besteden en bespreken hoe de kinderen hun portfolio’s aan het vullen zijn.

Doelstelling groep 7/8:

Creëert eigen materiaal en deelt dit met anderen. Opereert makkelijk crossmediaal.

Voorbeeldtaak: Gebruiken van apparatuur.

Ontdekt nieuwe manieren van gebruik apparatuur en platform.

1. Presenteren van informatie (1x per maand)

Het verwerken van de leerstof gebeurt in de bovenbouw vaak in de vorm van opdrachten, of het maken van werkstukken. Het presenteren van het eindresultaat is daar een onderdeel van. Stimuleer kinderen om hier geschikte platforms voor te vinden en te gebruiken. Start met een eenvoudige tool voor presenteren en besteed ook aandacht aan de kwaliteit van de presentatie. Verrijk daarna de keuze mogelijkheden met andere tools.

2. Informatie zoeken en ordenen (1x per maand)

Het zoeken van informatie met zoekmachines is een veelvoorkomende activiteit. Het ordenen van de gevonden informatie met behulp van digitale gereedschappen vraagt daarom aandacht. Het kan geen kwaad daar regelmatig aandacht aan te besteden. Bijvoorbeeld bij het begin of bij de afsluiting van een les waarin het zoeken van informatie aan de orde is.

3. Verzamelen van ideeën (1x per maand)

Het rondkijken op internet (surfen) kan een inspirerende bezigheid zijn. Net als rondsnuffelen in een bibliotheek. Maar wat doe je met iets interessants wat je tegenkomt zonder dat je in het bijzonder op zoek was? Het kunnen aanleggen van een verzameling van mooie vondsten is dan een  hulpmiddel. Geef de kinderen hiervoor goede aanwijzingen en bespreek regelmatig eens wat collecties om andere kinderen te inspireren.

4. Tijdschrift of krant maken (project)

Een tijdschrift maken vraagt een combinatie van vaardigheden. Dat geldt zowel voor een papieren tijdschrift als voor een online gemaakt tijdschrift of een krant. Kies een project waarin kinderen hier in groepjes  mee aan de slag kunnen gaan. Combineer dit eventueel met achtergrondinformatie over het maken van kranten en tijdschriften. Nodig daarvoor zo mogelijk een redacteur van een (plaatselijke) krant uit.

5. Zelf een gereedschap maken (project)

Het gebruiken van informatie van anderen is fijn, maar nog mooier wordt het als je zelf informatie aan bestaande content kunt toevoegen om anderen weer te helpen. Dat kan door een interactieve laag aan bestaande informatie toe te voegen. Met name bij de zaakvakken is hier een goed moment voor te kiezen om de kinderen deze vaardigheid te laten verkennen. Daarna nog eens regelmatig terug laten komen in toepassingen.

Doelstelling Voortgezet onderwijs:

Creëert eigen materiaal en deelt dit met anderen. Opereert makkelijk crossmediaal.

Voorbeeldtaak: Gebruiken van apparatuur.

Ontdekt nieuwe manieren van gebruik apparatuur en platform.

1. Instructie/leergesprek:

  • Zorg dat je zelf goed en ervaren bent in het gebruik van moderne instructiemiddelen. Digibord, beamer, digitale leeromgeving van de school, etc.
  • Geef je leerlingen regelmatig het goede voorbeeld over het ordenen van je bestanden. Deel tips uit je eigen praktijk met computers. Hoe kun jij dingen goed terugvinden?
  • Help leerlingen die dat nodig hebben op weg met duidelijke instructies. Gebruik hiervoor bijvoorbeeld de handleidingen bij de mediatools van Ontdekmedia, of de afbeeldingen als powerpoint.

2. Verwerking/oefening:

  • Biedt leerlingen de ruimte om met een mediatool te spelen en deze eerst te verkennen, voordat er een ‘product’ gemaakt moet worden.
  • Stimuleer dat leerlingen elkaar helpen met het verwerven van de technische vaardigheden.
  • Daag leerlingen, die een mediatool al redelijk beheersen, uit om extra functies uit te proberen.

3. Presentatie/expressie:

Laat leerlingen presentaties of expressievormen maken met mediatools. Besteed bij het nabespreken of beoordelen aandacht aan de inhoud, maar ook aan het gebruik van de mediatool. Welke functies zijn gebruikt? Hoe zijn ze toegepast? Waarom is deze mediatool een goede manier om de boodschap over te brengen? Wat zou je een volgende keer anders doen?