2014-12-04 13.43.33

Mediawijsheidscompetentie C1 staat voor: Informatie vinden en verwerken.

Het zoeken naar informatie is een belangrijke vaardigheid. Het doel is: de juiste informatie vinden en zelf kunnen verwerken tot het antwoord op je zoekvraag. Een kritische houding tegenover de gevonden bronnen is de competentie die iedereen in de veelheid van informatie nodig heeft.


Ontdek onze werkvormen en andere lesmaterialen bij de competentie Informatie vinden en verwerken.



Ontdek de leerlijnsuggesties bij deze competentie.
Klik op de tabbladen voor de juiste groep.


Doelstelling groep 1/2:

Voorbeeldtaak: Informatie zoeken

Kan keuze maken uit een pictogrammenmenu.

Voorbeeldtaak: Informatie beoordelen

Kan gericht op één pagina content vinden die aan de voorwaarde voldoet (kleurplaat/spelletje).

 

1. Verkennen in een programma. (1x per week)

De meest eenvoudige stap is: op zoek gaan naar de informatie die je wilt gebruiken. Voor kleuters is dat het kiezen uit een aanbod binnen een programma. Programma’s voor kleuters werken bijna uitsluitend met pictogrammen en plaatjes. Geef elk kind regelmatig de gelegenheid om daarin te onderzoeken en de weg te leren kennen.

2. Kiezen in een programma. (1x  per week)

Als de programma’s vertrouwd zijn kunnen kinderen doelgericht op zoek naar iets. Geef ze gerichte opdrachten om iets op een website of in een programma te zoeken. (Bijv. het liedje, het verhaaltje, de kleurplaat).

Doelstelling groep 3/4:

Kan diverse gedrukte, digitale en audiovisuele informatiebronnen benutten om basale informatie te vinden.

Voorbeeldtaak: Informatie zoeken

Kan enkelvoudige zoekterm intypen in zoekmachine.

Voorbeeldtaak: Informatie beoordelen

Kan beoordelen of gevonden informatie binnen een gesloten systeem aan de voorwaarden voldoet.

 

1. Verkennen in een afgeschermde zoekmachine. (1x per week)

De meest eenvoudige stap is: op zoek gaan naar de informatie die je wilt gebruiken. Gebruik in de klas een veilige zoekmachine bijvoorbeeld 8-12.info of een andere omgeving waarin kinderen naar hartelust kunnen experimenteren zonder op ongewenste websites te komen. Geef elk kind regelmatig de gelegenheid om daarin te onderzoeken en de weg te leren kennen.

2. Kiezen in een programma. (1x  per week)

Als de programma’s vertrouwd zijn kunnen kinderen doelgericht op zoek naar informatie. Geef ze gerichte opdrachten om iets op een website of in een programma te zoeken.Bespreek met de kinderen of ze dat hebben kunnen vinden.

3. Zoeken naar afbeeldingen (1x per week)

Het zoeken naar afbeeldingen is een goede opdracht voor beginnende lezers. Kinderen kunnen dan namelijk ook goed zelf beoordelen of het gevonden plaatje antwoord is op hun vraag.

Doelstelling groep 5/6:

  • Kan bij verschillende informatiebehoeften het juiste medium kiezen.
  • Kan de aard van informatiebronnen inschatten: weet bijvoorbeeld informatieve bronnen van entertainment bronnen te onderscheiden.
  • Kan (crossmediaal) schakelen tussen diverse informatiebronnen.
  • Weet diverse online informatiebronnen te benutten om informatie te vinden en te gebruiken voor eigen doel.

Voorbeeldtaak: Informatie zoeken

Kan meerdere zoektermen combineren, haalt deze uit de opdrachtomschrijving.

Voorbeeldtaak: Informatie beoordelen

Kan beoordelen of gevonden informatie binnen een open systeem aan de voorwaarden voldoet.

 

1. Bronnen zoeken in een catalogus (1x per week)

Vanaf groep 5 wordt het gebruikelijker om naar informatie te zoeken in verschillende bronnen. Laat de kinderen regelmatig zoeken in een (online) catalogus van de (school)bibliotheek of (school)mediatheek. Zo ervaren ze dat er verschillende bronnen zijn om uit te kiezen.

Bespreek regelmatig wat hun ervaringen zijn. Wanneer heb je meer aan een boek, wanneer gebruik je beter een website?

2. Informatie zoeken bij een spreekbeurt (2 x per jaar)

Het houden van een spreekbeurt is een prima toepassing van de competentie Informatie zoeken/beoordelen. Begeleid de kinderen de eerste keren door samen na te denken over de juiste zoekwoorden. Laat zien hoe een zoekwoord tot een lange resultatenlijst leidt.

Gebruik regelmatig de vorm “hardop denken” om voor de kinderen duidelijk te maken hoe je uit de resultaten kiest. Laat ook kinderen dit eens voordoen.

3. Informatie zoeken bij een werkstuk (3 of 4 x per jaar)

Laat kinderen informatie zoeken en selecteren bij een onderwerp waarover zij een een werkstuk gaan maken. Bouw de moeilijkheidsgraad geleidelijk aan op.

  • Kies eerst een enkelvoudig onderwerp (bijvoorbeeld een dier). Daarbij moet het vinden en selecteren centraal staan.
  • Kies daarna een combinatie van onderwerpen (bijv. kastelen in onze regio). Daarbij staat het duidelijk kiezen van een zoekwoord en het selecteren centraal.
  • Kies daarna een combinatie waarin ook verbanden gelegd moeten worden (bijv. verdediging tegen het water in het westen van Nederland).

4. Het gebruiken van informatie: auteursrecht (2x per jaar)

Zodra kinderen zelf gaan zoeken naar informatie om die vervolgens te gebruiken, bijvoorbeeld in een werkstuk, is het goed om aandacht te besteden aan rechten. Mag je zomaar alles gebruiken wat je vindt op internet?

Dit is geen afzonderlijk lesonderwerp, maar kan goed besproken worden aan de hand van een concreet voorbeeld. Maak kinderen bewust van de rechten van makers en leer ze om die te respecteren.

Doelstelling groep 7/8:

  • Kan de betrouwbaarheid van informatie beoordelen.
  • Kan informatie van diverse bronnen met elkaar vergelijken en de gevonden informatie synthetiseren.
  • Kan binnen het totale (gevraagde en ongevraagde) informatieaanbod relevante informatie selecteren.
  • Weet relevante informatie systematisch te beheren.

Voorbeeldtaak: Informatie zoeken

Kan zowel open als gesloten zoekopdrachten omzetten in juiste trefwoorden.

Voorbeeldtaak: Informatie beoordelen

Kan zelfstandig informatie beoordelen, en aangeven waarom hij/zij informatie wel of juist niet gebruikt en waar dit van afhangt.

1. Kennismaken met Google (1 of enkele lessen over dit thema)

Het is verstandig om in de bovenbouw de kinderen vertrouwd te maken met de meestgebruikte zoekmachine. Ongetwijfeld hebben kinderen hier al ervaring mee. Sluit aan bij wat de kinderen al weten en breng structuur aan in hun kennis en ervaring. Orden de tips in ene schema op een bord of maak samen een woordweb.

2. Hoe werkt Google? (1 of enkele lessen over dit thema)

Besteed een thematische les of lessen aan de zoekmachine Google en laat kinderen daarbij zelf een collage maken of een handleiding schrijven. Controleer of alle belangrijke aspecten van het zoeken hierin voorkomen. Denk aan:

  • keuze zoekwoorden
  • beoordelen afzender
  • beoordelen actualiteit
  • beoordelen geschiktheid informatie voor het doel (wat wilde je precies weten?)

3. Je vraag omzetten in een goede zoekvraag (1x per week)

Dit onderwerp kan er altijd tussendoor. Zodra het werken aan de computer en het zoeken van informatie aan de orde is, kun je hier kort aandacht aan besteden. Wijs de kinderen erop dat de vraag die je hebt niet altijd letterlijk op een website wordt behandeld. Je zult dus goed moeten nadenken welke zoekwoorden je in dit geval verder helpen.

Pas de werkwijze “Hardop denken” toe. Hierbij laat je de leerling vertellen hoe hij denkt tijdens het zoeken en welke afwegingen hij daarbij maakt.

4. Werken met logische operatoren om slimmer te zoeken (1x per maand)

Extra opdracht: Google biedt slimme trucs om handiger te zoeken. Zo kun je combinaties opgeven of bewust resultaten uitsluiten. Geef leerlingen die al behoorlijk mediacompetent zijn op dit onderwerp de opdracht om een instructie voor te bereiden voor hun medeleerlingen. Uiteraard geven ze die met een goede demonstratie op het digitale schoolbord.

5. Zoekresultaten ordenen en bewaren (1 of enkele lessen over dit thema)

Zodra kinderen handiger worden in het zoeken willen ze de resultaten kunnen bewaren. Het opslaan van de gevonden webpagina (URL) kan op verschillende manieren. Maak de kinderen vertrouwd met de werkwijze die binnen school hiervoor gevolgd wordt op het eigen netwerk.

Of leer de kinderen een mediatool waarmee ze hun favorieten computer-onafhankelijk kunnen opslaan. Een geschikte tool hiervoor is Pinterest. Leer ze verschillende borden aanmaken voor verschillende onderwerpen.

Doelstelling voortgezet onderwijs:

  • Kan de betrouwbaarheid van informatie beoordelen.
  • Kan informatie van diverse bronnen met elkaar vergelijken en de gevonden informatie synthetiseren.
  • Kan binnen het totale (gevraagde en ongevraagde) informatieaanbod relevante informatie selecteren.
  • Weet relevante informatie systematisch te beheren.

Voorbeeldtaak: Informatie zoeken

Kan zowel open als gesloten zoekopdrachten omzetten in juiste trefwoorden.

Voorbeeldtaak: Informatie beoordelen

Kan zelfstandig informatie beoordelen, en aangeven waarom hij/zij informatie wel of juist niet gebruikt en waar dit van afhangt.

1. Instructie/leergesprek:

  • Besteed aandacht aan het bedenken van goede zoektermen of vragen die je in een zoekmachine kunt invoeren. Gebruik daarvoor een uitnodigend onderwerp uit de les van het vak.
  • Laat zien dat het soms beter is om eerst naar een (gekwalificeerde) website toe te gaan, en daar pas gericht te gaan zoeken met een zoekfunctie (i.p.v. altijd via de zoekmachine).

2. Verwerking/oefening:

  • Stimuleer de leerlingen met een paar gerichte zoekopdrachten, naar relevante onderwerpen uit het vakgebied, om selectief te zijn. Laat uitkomsten vergelijken.
  • Speurtocht: Laat alle leerlingen naar hetzelfde onderwerp of vraagstelling zoeken. Wie heeft het eerst een resultaat? Wat is een goed resultaat? Bespreek de werkwijze van zoeken en selecteren.
  • Geef een opdracht om informatie te zoeken over maatschappelijke thema’s, waarover duidelijk veel verschillende meningen bestaan (bijv. energievoorziening, vegetarisch/biologisch, werkgelegenheid). Laat de leerlingen meer meningen opzoeken en met elkaar afwegen.

3. Presentatie/expressie:

  • Maak samen met leerlingen een cabaret of een rap over blunders in zoeken en verwerken van informatie. Het doel is: anderen bewust maken van valkuilen bij het gebruik van internet. Laat ze op een grappige manier verwoorden of verbeelden wat er mis kan gaan.
  • Betrek in de beoordeling niet alleen de creatieve prestatie en de technische uitwerking, maar ook of leerlingen goed zijn omgegaan met bronvermeldingen.