2014-12-04 13.46.38

Mediawijsheidscompetentie B2 staat voor Begrijpen hoe media gemaakt worden.

Hierbij gaat het eerst om kennis van de technieken. Vervolgens ook om het toepassen van die kennis om mediaboodschappen te kunnen analyseren.


Ontdek onze werkvormen en andere lesmaterialen bij de competentie Begrijpen hoe media gemaakt worden.



Ontdek de leerlijnsuggesties bij deze competentie.
Klik op de tabbladen voor de juiste groep.


Doelstelling groep 1/2:

Bekijken en verhaal herkennen.

Voorbeeldtaak: Mediaboodschappen analyseren

Kan aangeven wie de hoofdpersoon van de boodschap is en wat deze persoon meemaakt.

Voor kleuters zijn er nog geen specifieke doelstellingen mediawijsheid bij deze competentie. Wel is het (samen) lezen van een prentenboek een veelgebruikte werkvorm, die aan diverse doelen bijdraagt. Onder andere aan mediabewustzijn. Daarvoor kun je ook andere media inzetten.

1. Samen kijken naar een tekenfilmpje. (1x per week)
Kinderen zien veel tekenfilmpjes, ook thuis. Benut die ervaring om kinderen bewuster te leren kijken. Kies een geliefd filmpje en kijk er samen naar. Benoem daarna met de kinderen wat ze hebben gezien in een vraaggesprekje:

  • wie is de hoofdpersoon?
  • wat doet hij/zij?
  • wat beleeft de hoofdpersoon in het filmpje?
  • waaraan kun je zien hoe de hoofdpersoon zich voelt?
  • wat vind je van het filmpje?

2. Samen kijken naar een beeldverhaal. (1x per maand)
Maak zelf een verzameling afbeeldingen. Laat de kinderen de afbeeldingen bekijken. Bedenk samen een verhaal bij de afbeeldingen. Plaats daarna de afbeeldingen in de volgorde van het verhaal op een poster, of een mini-tijdschrift.

Doelstelling groep 3/4:

Herkent de primaire doelstellingen van mediaboodschappen: onderscheidt evidente commerciële van informerende boodschappen.

Voorbeeldtaak: Mediaboodschappen analyseren

Kan aangeven wat de hoofdboodschap is, en of het reclame of werkelijkheid is.

Leren kijken en beoordelen wat je ziet is een belangrijk doel bij mediawijsheid. Om te begrijpen hoe media worden gemaakt moet je leren zien wat er in een filmpje gebeurt. Dat vereist regelmatig oefenen en samen bespreken.

1. Filmpje bekijken en leren beoordelen (1x per maand)

Selecteer een informatief filmpje of een reclamefilmpje. Laat de kinderen een filmpje bekijken en beoordelen. Bespreek samen:

  • Wie is de hoofdpersoon?
  • Wat maakt de hoofdpersoon mee?
  • Wat wil de hoofdpersoon ons vertellen?
  • Wil hij/zij ons informeren of iets verkopen?

2. Enkele filmpjes bekijken (1x per maand)

Selecteer enkele filmpjes (zowel informatief als reclame). Laat de kinderen 2 of later 3 filmpjes direct na elkaar bekijken. Bespreek welk filmpje reclame is en welk filmpje informatief is. Waar kun je dat aan zien?

Orden met de kinderen de verschillen in een woordweb.

3. Laat kinderen zelf filmpjes verzamelen (3x per jaar)

Geef kinderen de opdracht om zelf (individueel of in tweetallen) op zoek te gaan naar een filmpje. Laat de kinderen zelf kiezen en voorbereiden wat het volgens hen voor filmpje is.

Bekijk elk filmpje met de hele groep en bespreek wat het voor filmpje is. Ga samen na of de verschillen in het woordweb precies kloppen, of aangevuld moeten worden.

4. Variatie: advertenties en artikelen in kranten of tijdschriften (3x per jaar)

Opdracht 3 is ook te doen met pagina’s uit kranten en tijdschriften. Beoordeel dan het verschil tussen een redactioneel artikel en een advertentie.

Pas de kennis toe in de werkvorm: het maken van een krant.

Doelstelling groep 5/6:

Herkent veelgebruikte standaardtechnieken en begrijpt hoe mediaproducenten deze technieken inzetten om hun doelstellingen te realiseren.

Voorbeeldtaak: Mediaboodschappen analyseren

Kan onderscheid maken tussen soorten nieuwsprogramma’s, kan overeenkomsten tussen reclame’s aangeven (doel: verkoop, dus positief).

In groep 5 en 6 besteed je het beste regelmatig aan het leren kijken naar filmpjes of foto’s. Kies voor een opbouw van benoemen, naar herkennen, naar herkennen en toelichten. Oefen dit minstens 1x per maand.

1. Mediatechnieken benoemen (1x per maand)

Maak kinderen aan de hand van concrete voorbeelden duidelijk wat er zichtbaar is in een foto(serie) of filmpje en welke technieken daarbij gebruikt kunnen worden. Raadpleeg een methode over beeld en/of reclame (zie hierboven). Bouw het rustig op. Let op zaken als:

  • gebruik van licht/donker?
  • waar stond de camera (standpunt, perspectief)?
  • beeld van het geheel of details?
  • gebruik van muziek of geluiden?
  • verhaallijn in de juiste volgorde van de gebeurtenissen, of terugblik/vooruitblik?
  • etc.

Laat kinderen actief de kenmerken ordenen op een poster of woordweb.

2. Mediatechnieken herkennen (1x per maand)

Laat de kinderen regelmatig oefenen in het bekijken van foto’s en filmpjes, waarbij ze de gebruikte technieken moeten herkennen.

Laat eerst rustig kijken en kiezen welke techniek het is. Voer later het tempo op of maak er bijvoorbeeld eens een quiz van.

Je kunt zelf materiaal aandragen, maar op enig moment kunnen de kinderen ook zelf goede voorbeelden van filmpjes zoeken en presenteren.

3. Mediatechnieken herkennen en toelichten (1x per maand)

Laat de kinderen bij een zelfgekozen filmpje een vraag bedenken over de gebruikte techniek(en). Kijk samen naar het filmpje en laat de andere kinderen de antwoorden geven. Samen nabespreken.

4. NTR-filmpje: Mr. Right Hoe werkt reclame?

Bekijk dit filmpje waarin wordt uitgelegd hoe bedrijven via reclame het koopgedrag willen stimuleren.

5. NTR-filmpje: Animatiefilms, hoe worden die gemaakt.

Bekijk het filmpje van de NTR over het maken van animatiefilms.

Doelstelling groep 7/8:

Kan kennis van standaardtechnieken inzetten om mediaboodschappen te analyseren.

Voorbeeldtaak: Mediaboodschappen analyseren

Kan standaardtechnieken herkennen in favoriete programma’s. Kan boodschap zelf omvormen tot een nieuwsitem of reclameboodschap door gebruik te maken van veelvoorkomende formats.

1. Technieken herkennen (1x per maand)

Oefen regelmatig in het kijken naar foto- en filmmateriaal en het benoemen van hoe het technisch is gemaakt. Wij kinderen daarop, zodat ze de technieken snel leren herkennen. Het bespreken van filmpjes bij de zaakvakken lenen zich daar prima voor.

Laat kinderen ook zelf filmpjes zoeken en presenteren.

2. Technieken toelichten (1x per maand)

Gebruik dit doel in lessen waarin toch al naar een filmpje wordt gekeken. Maak regelmatig het bespreken van de gebruikte techniek onderwerp van gesprek:

  • Welke techniek heeft de maker hier ingezet?
  • Welke doel heeft de maker daarmee?
  • Wat is het effect (voor jezelf of de doelgroep waarvoor het gemaakt is)?

3. Techniek zelf gebruiken en toepassen (1x per jaar)

Laat de leerlingen zelf een filmpje bedenken en zo mogelijk realiseren, door zelf een filmpje te maken. Kies voor een informatieve boodschap (open dag, jubileum, verslag schoolkamp) of een reclameboodschap (werving bezoek musical, sponsorloop, oudpapieractie). Daag de kinderen uit om bewust met de technieken te spelen.

Bekijk eventueel eerst samen het NTR-filmpje over het maken van een reclamefilmpje.

4. NTR-filmpje: Achter de schermen bij Nieuws uit de natuur

Bekijk het filmpje van de NTR. Hier zie je hoe een programma wordt gemaakt. Je ziet hoe het achter de schermen werkt en wat er voor nodig is om jou informatie te presenteren.

5. NTR-filmpje: Klassieke muziek in films

Bekijk het filmpje van de NTR. Hierin zie je hoe de functie van muziek bij films zich heeft ontwikkeld.

Doelstelling voortgezet onderwijs:

Kan kennis van standaardtechnieken inzetten om mediaboodschappen te analyseren.

Voorbeeldtaak: Mediaboodschappen analyseren

Kan standaardtechnieken herkennen in favoriete programma’s. Kan boodschap zelf omvormen tot een nieuwsitem of reclameboodschap door gebruik te maken van veelvoorkomende formats.

1. Instructie/leergesprek:

  • Analyseer in het onderwijsleergesprek met leerlingen materiaal dat als instructiemiddel wordt gebruikt. Met name bij bronnen van internet (filmpjes, foto’s). Wie is de afzender? Kun je dat ook terugzien in het materiaal? Herken je een bepaalde stijl of format?

2. Verwerking/oefening:

  • Laat leerlingen zelf een krant samen stellen en ontdekken voor welke afwegingen journalisten komen te staan bij het maken van interviews of foto’s. Bespreek standpunten, feiten en meningen. Bespreek het principe van hoor en wederhoor.
  • Laat leerlingen zelf een instructiefilmpje waarin iets wordt uitgelegd (bijv. gebruik van een voorwerp, bediening van een apparaat). Daag ze uit om tijdens of na het werk te reflecteren op het werkproces. Waar heb je bepaalde keuzes moeten maken? Hoe heb je die gemaakt? Waarom op die manier?

3. Presentatie/expressie:

  • Laat de leerlingen zelf een afgeronde mediaproductie maken, bijvoorbeeld als onderdeel of finale van een project. Dat kan de vorm van een verslag hebben op video, een fotoreportage, een hoorspel, etc.
  • Bespreek vooraf de doelen die de productie moet hebben. Dat maakt het mogelijk om achteraf na te bespreken of het doel bereikt is.
  • Ga in de nabespreking of beoordeling in op inhoud (afhankelijk van het doel) en op de vormgeving en technische uitwerking.