2014-12-04 13.41.35

Mediawijsheidscompetentie B1 staat voor Bewust zijn van de medialisering van de samenleving.

Daarmee wordt bedoeld: kinderen begrijpen dat media een zeer belangrijke rol spelen in de samenleving. Ze begrijpen dat alle burgers gebruik maken van media om verschillende redenen.


Ontdek onze werkvormen en andere lesmaterialen bij de competentie Bewust zijn van medialisering.

 



Ontdek de leerlijnsuggesties bij deze competentie.
Klik op de tabbladen voor de juiste groep.


Doelstelling groep 1/2:

Maakt kennis met mediatypen.

Voorbeeldtaak: meepraten over mediagebruik

Ervaart verschillende soorten media als tv, boek, tablet, computer, etc.

In groep 1 en 2 is er veel aandacht voor de tussendoelen voor ontluikende geletterdheid. Eén van die tussendoelen heeft betrekking op het ervaren van boeken als bron om uit te lezen. Kinderen komen in aanraking met verschillende bronnen.

1. Gesprek over eigen ervaringen in de kring (dagelijks, of eens per week)

Maak het gebruik van allerlei media regelmatig tot een gespreksonderwerp in de kring.

  • Wie van jullie heeft er thuis een boek gelezen, een filmpje bekeken, tv gekeken, een spelletje gedaan op de computer?
  • Laat kinderen vertellen wat ze leuk vinden aan de verschillende media.

2. Gesprek over welke media je in huis tegenkomt (1x per maand, of passend bij een thema)

  • Heb je boeken in huis? Waar staan die?
  • Wat is een krant? Wat is een tijdschrift?
  • Waar staat de televisie? Zijn er meer televisies in huis?
  • Wie mag kiezen waar je naar kijkt?
  • Waar staat de computer? Mag die altijd aan?

Maak met de kinderen een woordwolk over de verschillende media, of een verzameling afbeeldingen van media in huis.

Doelstelling groep 3/4:

Maakt kennis met verschillende mediatypen.

Voorbeeldtaak:  meepraten over mediagebruik.

Kan de verschillen benoemen tussen verschillende media: tv, boek, tablet, computer, etc.

De kinderen moeten een onderscheid tussen de verschillende media kunnen maken, en vervolgens inzicht krijgen in de keuzemogelijkheden: welk medium je waarvoor gebruikt.

1. Benoemen van de verschillen (enkele keren per jaar, themales)

Laat de kinderen benoemen welke media ze allemaal kennen. Verzamel afbeeldingen van allerlei media of laat de kinderen een verzameling aanleggen.

Orden samen met de kinderen de verzameling:

  • op de overeenkomsten (welke gebruik je vooral samen, welke gebruik je vooral alleen)
  • op de verschillen (beeld, geluid, letters, tekeningen, foto’s, interactie)

2. Kiezen: welke medium is het handigst? (enkele keren per jaar, themales)

Presenteer verschillende situaties waarin je een medium zou kunnen kiezen. Bijvoorbeeld:

  • Je wilt een film zien.
  • Je wilt een spannend verhaal lezen.
  • Je wilt weten wat er in de stad is gebeurd vandaag.
  • Je wilt weten wat voor weer het morgen wordt.
  • Je wilt tafels oefenen of woordjes leren.
  • Je wilt een spelletje spelen.
  • JE wilt praten met oma die ver weg woont.

Bespreek met de kinderen welk medium ze gebruiken en waarom. Laat ze een tekening maken van een medium dat ze zelf graag gebruiken.

Doelstelling groep 5/6:

Is zich bewust van de belangrijke rol van media in veel domeinen van het menselijk bestaan.

Merkt het intensieve gebruik en dynamische karakter van nieuwe media op en heeft besef van de impact daarvan op de leefwereld van mensen.

Voorbeeldtaak: meebeleven, meedenken, meepraten over tendensen en gevolgen van medialisering van de samenleving.

Kan benoemen hoe media een rol spelen in eigen leven, hoe met media omgegaan wordt.

1. Inventariseren eigen mediagebruik (periode van 1 week, thema)

Benut een themaweek over media (bijv. week in november) om kinderen hun mediagebruik eens heel precies te laten bijhouden bijvoorbeeld in een dagboek of op een weblog. Bespreek dagelijks en aan het eind van de week de resultaten.

  • Zijn er grote verschillen tussen de leerlingen in type medium en in het doel waarmee je het gebruikt?
  • Kun je hetzelfde doel bereiken met een ander medium?

2. Tips delen met anderen (1x, thema)

Laat kinderen die graag hetzelfde medium gebruik voor een bepaald doel samen een verzameling tips en aanbevelingen maken over dat medium. Wat kun je ermee? Hoe gebruik je het medium goed? Wie in je omgeving zou hier heel veel aan kunnen hebben?

Laat de kinderen een handleiding of folder met alle tips maken voor iemand uit hun omgeving. Dat kan in de vorm van een poster, een verslag of een stripje.

3. Deel het huis (of de school) slim in met media (1x, thema)

Laat kinderen hun huis slimmer indelen. Waar moeten welke mediumtypen het liefste staan? En waarom?

Houd daarbij rekening met: gebruikssituatie, gebruiksmoment, alleen of samen, etc.

Teken een plattegrond.

Doelstelling groep 7/8:

Beseft dat de samenleving vraagt om mediavaardigheden.

Weet de meer evidente effecten van het mediagebruik op het menselijk bestaan te benoemen, zoals: het feit dat media altijd en overal aanwezig zijn, dat we altijd met elkaar in verbinding staan, dat er veel informatie op ons af komt, etc.

Voorbeeldtaak: meebeleven, meedenken, meepraten over tendensen en gevolgen van medialisering van de samenleving.

Kan eigen mening verwoorden over hoe media een  rol spelen in eigen leven, en kan dit vergelijken met anderen, en andere tijdperken.

1. Wat heb je gemist? (1x, thema)

Uitzending gemist maakt het mogelijk om programma’s later te zien. Maar wat mis je nog meer als je niet met media bezig bent? En hoe erg is dat eigenlijk? Geef kinderen een opdracht naar keuze en laat ze een verhaal bedenken of fotoverhaal maken, of een stripverhaal maken waarin ze iemand vertellen wat die persoon mist.

  • Schrijf wat iemand mist die niet regelmatig op internet kijkt en niet op de sociale media zit.
  • Schrijf wat iemand mist die nooit een boek leest.

2. Interview met ouderen (1x, thema)

Nodig een paar ouderen (opa’s, oma’s) uit in de klas en vraag ze een voorwerp (of afbeelding) mee te brengen van een oud medium waar zijn veel mee gewerkt hebben en wat nu niet meer in gebruik is. Denk aan:

  • dia’s + projector
  • 8mm film
  • overheadsheets
  • cassettebandje
  • fax

Laat de kinderen raden en met de gasten in gesprek gaan over de media en waarvoor die gebruikt werden.

3.Filmpje NTR: Communicatiemiddelen veranderen

Bekijk dit filmpje over veranderende communicatiemiddelen.

4. Ontwerp het huis van de toekomst (1x, thema)

Bespreek met de kinderen hoe huizen nu zijn ingericht en welke plaatsen de media daarin hebben. Waar staat de telefoon (of is er geen vaste telefoon meer?) Wie heeft er zelf een tv op zijn kamer? Wie een computer of tablet? Bij wie staat de computer op zolder of juist in de woonkamer? En hoe zit dat bij opa/oma in huis?

Maak een tekening of plattegrond van het huis van de toekomst. Teken de plek waar de media in dat huis het beste kunnen zitten.

Doelstelling voortgezet onderwijs:

Beseft dat de samenleving vraagt om mediavaardigheden.

Weet de meer evidente effecten van het mediagebruik op het menselijk bestaan te benoemen, zoals: het feit dat media altijd en overal aanwezig zijn, dat we altijd met elkaar in verbinding staan, dat er veel informatie op ons af komt, etc.

Voorbeeldtaak: meebeleven, meedenken, meepraten over tendensen en gevolgen van medialisering van de samenleving.

Kan eigen mening verwoorden over hoe media een  rol spelen in eigen leven, en kan dit vergelijken met anderen, en andere tijdperken.

1. Instructie/leergesprek:

  • Geef aandacht aan nieuwsgaring via online nieuwsbronnen. Welke kennen de leerlingen al? Welke gebruiken ze zelf? Hoe kiezen ze die?
  • Besteed aandacht aan ‘enquêtes als nieuwsbron’. Houd zelf enquêtes houden in de klas met quiztools en leer de leerlingen daar conclusies aan verbinden (meerderheid vindt, gemiddelde scores, etc.)

2. Verwerking/oefening:

  • Laat leerlingen onderzoeken hoe vaak er per dag/week in hun netwerken (nieuws)bronnen gedeeld worden, waar ze vervolgens naar kijken (filmpjes, artikelen,etc.). Analyseer met de leerlingen wat veel of weinig mediaconsumptie is.
  • Bespreek of ze tevreden zijn met hun persoonlijke score en wat ze eventueel anders zouden willen zien.
  • Wat doe je als je een bron voorgeschoteld krijgt die je niet wilt zien?

3. Presentatie/expressie:

  • Laat leerlingen een presentatie houden van de mediaconsumptie van een dag (hoe komen mensen aan hun nieuwsinformatie?). Laat ze daarvoor een uitwerking maken van een dag uit het leven van drie echte of verzonnen personen: een leeftijdgenoot, een persoon van de leeftijd van hun ouders, en een van de leeftijd van hun grootouders.
  • Ga in de nabespreking in op de wijze van presenteren, maar ook op de inhoudelijke verschillen en overeenkomsten.