Wie even googelt op de combinatie ‘mediawijsheid’ en ‘gevaar’ heeft circa 50.000 resultaten te pakken. Veel websites geven uitgebreide opsommingen van alle gevaren die er dreigen op internet, zeker voor kinderen. Natuurlijk moet je je daarvan bewust zijn, maar angst kan ook verlammend werken. De opsommingen van gevaren en de conclusie dat mediawijsheid dus belangrijk is, helpt ons niet verder. Hoe dan wel? En wat zijn dan de oplossingen voor die gevaren? Een waarschuwing en bangmakerij is natuurlijk niet zinvol. Er hoort vooral wat maatschappijleer en economie bij. Veel van de risico’s kun je, ook met kinderen, prima bespreken langs de wetten die we in ons land kennen.

Wetgeving ordent

In onze samenleving hebben we immers spelregels afgesproken en die vastgelegd in wetten. Dat geldt voor verkeersregels, maar ook voor eigendommen. Je mag vaak wel iets van iemand anders gebruiken, maar dan moet je dat natuurlijk wel even vragen. En je brengt het natuurlijk na gebruik ook weer terug. We leren kinderen het verschil tussen boeken lenen in de bibliotheek en boeken kopen in de winkel. Iets zomaar meenemen kan niet, dat is diefstal. Als het om tastbare voorbeelden gaat, lukt het meestal heel goed om dat uit te leggen.

Iets lenen op internet

Op internet is het natuurlijk nog veel eenvoudiger om iets te ‘lenen’. De tekst of het plaatje staat er en je kunt het gewoon kopiëren en plakken. Je hoeft je niet eens te melden bij de eigenaar. En ach, die wordt er toch ook niet slechter van? En daar gaan veel mensen zomaar over een grens. Vaak niet eens verkeerd bedoeld, maar wel onvolledig. Voor eigen gebruik mag je natuurlijk een kopie van iets maken. Dat geldt ook voor een stuk tekst uit een boek. Maar het wordt anders als je tekst of foto gaat gebruiken in een werkstuk of presentatie. En het gaat mis als je er niet bij vertelt dat je die tekst hebt geleend.

Een goed moment voor een les auteursrecht

Het klinkt misschien als een veel te zwaar onderwerp voor kinderen, maar toch is een lesje auteursrecht geen overbodige luxe. Kinderen kunnen dat ook prima begrijpen, als het helder wordt uitgelegd. Het belang ervan is dat kinderen gaan beseffen dat ook de dingen die je zomaar kunt pakken op internet van iemand zijn. Daarbij hoeft het nog niet eens meteen over geld te gaan, maar minstens zo belangrijk is het correct om leren gaan met bronnen.

Een voorbeeld:

Een kind dat in groep 6 een werkstuk maakt en daarvoor teksten en afbeeldingen bij elkaar zoekt op internet en als eigen materiaal gebruikt. Dat kan een keer gebeuren. Maar als dat kind later als student in een scriptie tijdens een bachelorstudie nog steeds materiaal knipt en plakt zonder goede bronvermelding, gaat er iets heel erg mis.

Helaas is het juiste gebruik van informatie van internet voor de kinderen niet zo eenvoudig te herkennen, zoals bij het gebruiken van spullen van iemand anders. Het begint er daarom mee dat de volwassenen om hen heen het goede voorbeeld geven en uitleggen wat je wel en niet kunt doen. Dat hoeft echt niet perse met een opgeheven vingertje en beschuldigingen, maar gewoon bewust maken hoe het zit. Ook dat is mediawijsheid.

Werktips:

1. In de onderbouw kun je kinderen bewust maken van de makers van tekst en beeld. Bekijk samen eens boeken of schilderijen. Waar staat de naam van wie het gemaakt heeft? Laat kinderen daarna samen iets maken. Iedereen maakt een tekstje of een tekening. Dan wordt het bij elkaar gebracht tot één boekje. Wie is de maker van het boekje? Wie de auteur of de tekenaar? De kinderen zullen allemaal graag met hun naam op het boekje willen staan. Bespreek waarom dat leuk en fijn is.

2. In de midden- en bovenbouw kun je regelmatig eens aandacht besteden aan de juiste manier van citeren. Bespreek met de kinderen eens na hoe ze te werk zijn gegaan bij het maken van een specifiek werkstuk. Hoe hebben ze de informatie gezocht, gevonden en gebruikt? Dit is een goed moment om duidelijk te maken hoe je moet omgaan met bronvermelding.

Leestip:

Een zeer leesbare brochure over allerlei juridische kanten van mediawijsheid is gemaakt door de Politie in maart 2013: “Pingen, whappen, tweeten, taggen en liken…Sociale media en schoolveiligheid”